woensdag 14 maart 2012

het juk


4 november 2007


Stel je voor: een mystica komt na een paar honderd jaar in ‘gewone’ taal vertellen wat haar overkwam. Stel dat ‘haar’ woorden indertijd gepubliceerd werden (gepubliceerd had toen een andere betekenis, maar toch…) en dat het oude en het moderne verhaal - zegge het supplement - naast elkaar gelegd worden.
Probleemtje.

Nu kan dat probleempje – het was écht, écht wel gekend hoor - opgelost worden op recept van Thomas van Aquino: de eerste versie, de propere, is voor het gewone volk, de tweede extra-versie mag gehoord worden door de gespecialiseerde kaste.

Andere mogelijkheid – Feuerbachiaans - we doen een poging om de hele kwak te interioriseren. En welaan (om de innerlijke strijd kort te maken) we hebben een negatie van de negatie op de duur… Of toch: op die manier werd eigendom ooit diefstal genoemd, of – de redenering iets langer uitgesponnen - een huwelijk zonder liefde is hoererij van binnenuit, terwijl echtbreuk slechts een tijdelijke, ‘uiterlijke’ overtreding is.

Subversief…Tja.

zaterdag 3 maart 2012

Mehrwert

16 mei 2007


Het deed me afzien van gelovigheden
Gewoontes beleefd ingebouwd
Ik denk, ik ben, ik produceer
Vooral schunnigheden
Ik weiger
Af te zien van schunnigheden

decreator



26 april 2007



weg-gaander
verlater, achterlater
- ik weet op wie je lijkt -
afwezig na het eerste licht
vertrekspunt, waarlijk

donderdag 1 maart 2012

ik laat je achter


4 december 2006



Machines zijn zo en plots
leeggelopen zeeën, het tij valt ooit stil
en toonloos nu wijkt het, spreidt het 
een hand of twee, langs elke zijde
om in te beelden hoever, hoe dicht
zwart bij wit ligt
hopeloos bij euforie



En het is altijd te laat
en een schijnsel valt tussen de plooien
van de tijd, onooglijk en onverwacht
het verontrust de paniek, slaat deuren
dicht, breekt ze, laat ze barsten
van boven naar onder
ach, hoe spuw ik op je



Of dacht je dat ik zweeg
mijn armen laat zakken, je verslagenheid
volg, je stem, je lijf, bezweet en mager
klachten, kreunen, krankzinnigheid
ik vloek en zie niet eens
hoe slap en onmachtig
je de strijd verloor

dinsdag 28 februari 2012

het schrijft zich

Opmerkelijk toch de bewering dat het in mystieke geschriften om een dictee gaat. En, om terug te keren op dat fantaseren, blijkt ook steeds opnieuw dat empirische steunpunten voor beweringen ontbreken. De enige garantie is het geschrift.
Maar die leemte, wees gerust, raakt des te beter opgevuld wanneer het gaat om reële gebaren op een verrassende manier aangewezen in een toevallige materialiteit zelf. Niet in het algemeen aanvaarde esthetische object.
Het mag ons toch niet ontgaan dat de veruiterlijking van het genot in de mystiek meer dan soms samenvalt met praktijken die opvallen door een zekere... afstotelijkheid. Coprofagie, het drinken van spoelwater van melaatsen, zelfvernedering... 
Met zelfs een voorkeur voor een tegenstroom in de aanwijzing. Opmerkelijk, weeral. Wanneer het zich schrijft wordt op éénder welke manier het genot eindeloos talig gedragen. In een chiée van blijkbaar ontoereikende getuigenissen.
De taal, besmet door het genot.

beschrijfelijkheid

Wat dan toch wel raar is: de zekerheid waarmee het onzegbare, onbenoembare gesteld wordt. Een ander soort zekerheid dan, niet het soort dat normen afbakent. Dat moet ons wel interesseren, ook al zou het nog maar gaan over een gevoel van on-bevredigdheid met betrekking tot het weten die sommigen - lang niet allen - treft.
Het is dus al gezegd: het te recupereren, die andere zekerheid, in een soort splendid isolation van het Grote Gelijk, is even stupied en grotesk als hetgeen onder een passion de l’ignorance verzameld wordt. Platitudes. Bijeenveegsel. 
Een opening naar de symbolische dimensie? Ja, maar dan als vertegenwoordiging van wat de symbolische dimensie ontoereikend maakt in een opbod van tegengestelden. Het genot is er onbeschrijfelijk in de zin van een metonymie van het verlangen. Want het gaat om een... vrouwelijk, ongelimiteerd niet-fallisch genot.
Wel degelijk dus een reëel, lichamelijk genot. Het schrijft zich.

topische transgressie

Een ver-taling van de grenzen zelf? Achterdocht is hier zeker op zijn plaats in de zin van: was er maar plaats... De achterliggende gedachte hier is de castratie als vanzelfsprekend thema dat zeker bij de beleving van het genot de toon zal zetten.
Maar stel nu, in verband met die castratie, een ezel van Bileam, zogewenst het oog van de naald. Stel nu het afladen van elke functionaliteit, bezit en attribuut... zekerheden dus. En stel dit vooral niet als techniek, maar als iets wat overkomt.
Weg dus de goedheid die zo innig met de begrenzing van de zekerheid vervlochten is. Meer, de sensibiliteit die buiten elke zintuiglijke ervaring begrepen is, zo typisch aan de mystiek. Het andere genot, namelijk het genot -onbestaand, -ongeweten. Het is er.
Waar? Daar waar geweten is dat het er is, dat andere genot.

donderdag 23 februari 2012

zoals het hoort


of iemand wil spreken
niet dan, niemand
spreekt de dag dan
voor zich, de tijd dat
je lippen tuiten zal
geen klank mij nog
raken en neem ik
weer de dag voor 
nacht als gelijken
zoals het hoort

Goedheid, Genot, Zekerheid

Eenzaamheid, gaandeweg gegroeid tot een poëtisch motief, daar is de zekerheid aan ontsnapt. Bij elke stap. Het is nochtans niet de roeping van de eenzame om uit te groeien tot een universeel motief, dat op die manier een ander soort zekerheid zou recupereren. Zegge: ik ben de partner van mijn eigen eenzaamheid. Of meer.

Schwärmerei
Het is goed een memento vooruit te sturen hier, een Shema Israel, Adonai Eloheinu, Adonai echad.
Het genot, als we er dan al van uit gaan dat de goedheid te vinden is binnen de grenzen door de zekerheid gesteld, vertoont wel degelijk een opening naar de Ander, naar de symbolische dimensie. Het gezicht ervan, tot oeverloze verveling toe ver-taald als een oceanisch gevoel, is niets meer noch minder dan een topische transgressie.
Het realiteitsprincipe heeft blijkbaar geen vat gehad op dit afgesneden deel. 
Het fantaseren.

donderdag 16 februari 2012

het geloof geloven


23 september 2007

Geloof in bondage. De situatie is als volgt: de meester zegt: “Kijk, ik heb hier een klein gemeen zweepje, het zal je veel genot geven”. Het is aanvankelijk de meester die voor de gelovige gelooft. Het werkt zelfs al geloof je niet, denk je niet te geloven dat je gelooft. Er zijn er zelfs die eraan verknocht raken. Echte militanten.

Typisch aan fundamentalisten is de impermeabiliteit. De aaneenschakeling van stupiditeiten wordt vlot weggeboerd. Het is niet wegens een eclatante intelligentie dat Ronald Reagan de teflon-president genoemd werd, maar ook post-mortem wordt dat in zijn omgeving als een compliment opgevat. Noch de pissijn-perikelen van de homofobe kanselprediker, noch ideologische enormiteiten, het deert niet.
 
Daar gaat een grapje over. Een man die gelooft een graantje te zijn en bijgevolg een storende kippenfobie heeft, gaat in therapie. Na een tijd lijkt de kuur te slagen.
De therapeut zegt: “Je weet nu toch dat je geen graantje bent?”.
- “Ja, dat weet ik, maar weten de kippen het?”

Geloof en bondage. Er is een verschil. Stel dat een SM-adept de strategische relatie - het spel genoemd – laat vallen en er op staat het spel totterdood te spelen…

Ateistn, zeit nisht fanatiker



18 augustus 2007


Forverts, de voornaamste Joodse krant in NewYork zette het als opschrift van zijn editoriaal in 1890: “Atheïsten, wees niet fanatiek”. Natuurlijk spreekt hier enige ironie. Na de afstand van een eeuwenlange traditie.

Er zou op een heel verstandelijke, realistische manier kunnen gesproken worden. Een realist gelooft niet in God. Waarbij een zweem van illusie zou kunnen ontstaan het over het reële te hebben. Maar het reële is nu net ‘God is onbewust’, de formule van het atheïsme. En dus niet ‘God is dood’.

Psalm
Niemand knetet uns wieder aus Erde und Lehm,
niemand bespricht unsern Staub.
Niemand.

Gelobst seist du, Niemand.
Dir zulieb wollen
wir blühn.
Dir
entgegen.

Ein Nichts
wahren wir, sind wir, werden
wir bleiben, blühend:
die Nichts-, die
Niemandsrose.

Mit
dem Griffel seelenhell,
dem Staubfaden himmelswüst,
der Krone rot
vom Purpurwort, das wir sangen 

über, o über
dem Dorn.
Paul Celan, die Niemandsrose, 1963

donderdag 9 februari 2012

iets geloven

25 september 2007

Waarom niet iets proberen in verband met authenticiteit en het fenomeen geloof. Ik zou kunnen zeggen: “Wat mijn persoonlijke visie betreft, men gelieve zich te wenden tot http://www.solstice.us/russell/atheist_agnostic.html dàt, dat is mijn persoonlijke visie”.

Natuurlijk is er een verschil in intensiteit van ‘geloof’, het geloof dan alvast als een persoonlijke anti-empirische overtuiging. Maar de échte vraag is of geloof niet steeds een geloof door of langs de Andere is. 

In de lacaniaanse psychoanalyse hebben we het voorbeeld van de analyticus (om het maar eens niet over bondage te moeten hebben) als le sujet supposé savoir. Aanvankelijk blijkt dat nauwelijks te kloppen, maar gaandeweg - door de overdracht - kan dit geloof bewaarheid worden. 

De vraag hier is te weten te komen of bijvoorbeeld een politieke consensus op dezelfde manier ineen steekt.

wij


Anna-Eva Bergman, N° 5 - 1952. Deux formes noires.


31 augustus 2007

Een onvolmaakter koppel kun je moeilijk vinden. Ik sta op: te vroeg, drink koffie: te veel en overzie wat ik jou kan schrijven. Het is allemaal gezegd.
En dan zit ik daar. Wil je lieve dingen?
Ik zeg onbezorgd: “flip flop” en kijk er komt leven in. 

Zo ken ik je, Jerusalem.

woensdag 8 februari 2012

Ethiek


18 oktober 2007
We kunnen ons wel eens afvragen op welke manier we een definitie kunnen ophoesten over ethiek èn er de vraag aan koppelen welk voordeel we zouden kunnen halen uit de naleving ervan (normale vraag toch).
Dat is dan meteen zowaar de korte samenvatting van een tekst van Lacan, “Kant avec Sade”.
Eén en ander samenvattend komt het er op neer dat we een maxime vinden dat ongeveer uitgesproken wordt als het klassieke “doe niet aan een ander wat je niet zou willen dat een ander jou aandoet” en ten tweede de bevinding dat de ethiek er blijkbaar op gericht is om de toegang tot het genot te ontzeggen!

Nu is het zo dat een aantal disciplines – waaronder de psychoanalyse – pretenderen zich in te laten met het genieten. De suggestie van Freud bij de kwestie “heb uw naaste lief als uzelf” is overigens een fluks geformuleerde opmerking in de vorm van: wel, laat ons dan wat anders delen met de naaste dan het goed, waarom niet het genot.

zaterdag 4 februari 2012

grootste gemene delers en zo...


23 januari 2008



Na een paar woorden bezin ik me.
Zijn ze wel warm, vers geplukt
uit de mond van het talig wonder
dat de juiste mening spreekt?
Het mengvat sluit zich weer.

Spreek tot me: fiets, koffiezet, droogkast, oven!
Je zucht en kreunt. Je warmt en borrelt… je piept.
Je wordt gehoord, elke toon op papier gezet.
En je wordt niet uitgerukt, uitgeschakeld, uitgedrukt.
Ik blijf je horen.

En het vat vult zich met instemmigheden
Hoe meer ik hoor, hoe voller het wordt,
Diogenes.

woensdag 1 februari 2012

Medea


14 december 2007



Een interessante vraag kan zijn: hoe kunnen we weerstaan aan het socio-symbolisch netwerk. Maar niet alleen eraan weerstaan, het ook nog eens eventjes ondermijnen. Nu is het zo dat het fenomeen ‘subject’ enkel kan bestaan binnen de illusie van de Andere. Het subject neemt daar dus een symbolisch voorbepaalde plaats in. Binnen een machtsbasis van gespreide wegen en onbewuste passionele bindingen. Er is geen ontkomen aan: we worden bepaald binnen ons milieu, binnen de sekse, afkomst, kleur…

Vervreemding van een voorondersteld gegeven van ‘eigenheid’ misschien? Indien dat de vraagstelling is, het struikelblok, kan het antwoord luiden: dan riskeer je maar eens een symbolische dood en dan gaan we retroactief van die condities verschuiven. Wat zou neerkomen op iets anders te willen dan de voortzetting van een uitgetraceerd sociaal profiel. Dat zou dan neerkomen op een elementaire vorm van ethisch handelen. In die zin dat er grondig en dodelijk op ingegaan wordt.

Om daar een beeld van te geven: een tragedie van Euripides: Medea verneemt dat Jason, haar man, in verband met het welzijn van hun kinderen van plan is om een jongere partij te huwen. Medea kan het aftrappen. Ze vraagt een dag uitstel en maakt hiervan gebruik om haar zoontjes te vermoorden en meteen ook nog eens eventjes de toekomstige bruid en haar vader.

Joel-Peter Witkin

18 februari 2008



tran'sen (transte, heeft getranst)

19 februari 2008


Limiet en transgressie zijn dus intens verweven... want er is ethiek mee gemoeid. Een ethische act is op zich al een transgressie omdat ze de banale (en daardoor legale) norm overtreedt.

Wat wij en onze glossy, tja, commentatoren-filosofen van het, tja, dagelijks leven propageren is het Rijk der flut-passietjes. Op identiek dezelfde ‘ethische gronden’.

Op 17 Juni 1953 ein Aufstand für Einheit, Recht und Freiheit in Berlijn, de arbeidsnormen waren te hoog, en de sovjet-pantsers kwamen orde op zaken stellen. Honderden slachtoffers. De Sovjet-Unie had duidelijk gemaakt dat zij bereid was geweld te gebruiken om het regime in het zadel te houden. Bertolt Brecht schreef: „Organisierte faschistische Elemente versuchten, diese Unzufriedenheit für ihre blutigen Zwecke zu missbrauchen. Mehrere Stunden lang stand Berlin am Rande eines dritten Weltkrieges. Nur dem schnellen und sicheren Eingreifen sowjetischer Truppen ist es zu verdanken, dass diese Versuche vereitelt wurden.“

En even nadien: „Die Lösung
Nach dem Aufstand des 17. Juni
Lie
β der Sekretär
des Schriftstellerverbands
In der Stalinallee Flugblätter verteilen
Auf denen zu lesen war, dass das Volk
Das Vertrauen der Regierung verscherzt habe
Und es nur durch verdoppelte Arbeit
Zurückerobern könne. Wäre es da
Nicht doch einfacher, die Regierung
Löste das Volk auf und
Wählte ein anderes?

schaamte


16.05.06


Onthutsend is de lectuur van de Thora. Daar wordt verteld dat Adam en zijn vrouw onbekommerd en volslagen naakt rondhotsen in de tuin van Eden en nauwelijks enkele verzen verder is ditzelfde feit de aanleiding tot paniek. Het verschil is het woordje ‘jada’ in de tekst. Geen vuiltje aan de lucht: dan is dat ‘zich schamen’ - ‘bosj’ - een imperfectum, terwijl krèk diezelfde naaktheid - ‘arom’ - zeven versjes verder door die ‘jada’, enkel door die ‘jada’, hen tot ‘bosj’ aanzet!


Die ‘jada’ is het herkennen, maar in die verstande dat het beantwoordt aan het Griekse ‘eidon’: zien. Dat moet ons wel interesseren, het is namelijk zo dat ‘bosj’ de eerste emotie is die in de Thora beschreven wordt. Met nogal aardig wat gevolgen, het is de reden waarom Jacky met een BMW moet rijden en Rita een Gucci-tenue behoeft.


In de eerste toestand is er sprake van ongeweten naaktloperij, zonder daarbij stil te staan. In de tweede toestand kunnen we het hebben over een plotse verlichting van de geest. Waw, we zijn hier naakt aan het rondhotsen! En, de derde toestand - niet te vergeten - het onmiddellijke bevel zich te kleden.


Maar als er dan al in grove lijnen één iets te onthouden valt uit die lectuur, is het wel dat de naaktheid in zich de constante potentie heeft om aan het licht te komen. Schokkend en ontroerend tegelijk. Een heerlijke constante.

dinsdag 31 januari 2012

'naastenliefde'


15.05.06


Omkering en conversie dit zijn begrippen in verband met de structuur van de naastenliefde. Maar dan in een realistische benadering: we vragen ons af: hoever? Essentieel is de naastenliefde een keuze. Maar er zijn ons in dit verband natuurlijk reflexen aangeleerd: altijd voor het welzijn van de andere te kiezen. Nochtans. We zien en ervaren heel het scala aan agressiviteit en onverschilligheid... die dus noodzakelijk ook in ons een stek heeft.


De opdracht moet dus noodzakelijk anders en 'practischer' geformuleerd worden: hoe slagen we erin om doorheen een storm van agressiviteit en onverschilligheid op te treden als iemand die dood en geweld bindt aan verlangen en genot.


Het moet ons wel interesseren, minstens in verband met de utopie, de consequentie is letterlijk, volgens de 'godsdienstige' geschriften dan ‘het eeuwige leven’. Maar in de formulering aldaar zien we net zo goed een tijdsfactuur. Op die manier is de naaste niet degene die de utopie belemmert, maar degene die verwoordt wat die utopie belemmert en in die zin zal die naaste dus de toegang ‘vereeuwigen’.


En daaruit volgt dat de methode van de naastenliefde geen techniek is - dit zou àl te vrijblijvend zijn en leiden naar ‘goeddoenerij’ - maar wel degelijk een ontmoeting tussen verlossing en tragedie, een voortdurende levende interpretatie.

maandag 30 januari 2012

de Daad...

14 10 07 
Ik ken je werken, je bent koud noch warm
Ware je maar koud of warm
Omdat je lauw bent
Zal ik je uitspuwen uit mijn mond

De beslissing te beslissen is een zeldzaam fenomeen. “In den beginne was de pennenstreek”, zoals Shi-tao zei. Maar dat stelt ons wel voor problemen, want er is steeds de illusie dat slechts een gestabiliseerd en veilig fenomeen leefbaar zou zijn. We verlangen vooral te verlangen en daarmee de herhaling… Wit en rijk en goed en lief zijn stukken populairder dan hun tegendeel… Hoe kun je je nu overgeven aan de duisternis van het ongewisse.

Een man die niks afwist van seks besloot uiteindelijk om bij een hoer langs te gaan om de praktijk ervan te leren kennen. De hoer zegt hem: “je steekt je penis hier in me en duwt”. Dat doet hij getrouw. Dan zegt ze: “je trekt hem zo ver mogelijk terug”. Doet hij dus. En als de hoer nog een paar keer haar aanwijzingen herhaalt – erin, eruit - verliest de man zijn geduld. “Gotver, ga jij nu eindelijk eens beslissen: is het erin, of is het eruit!”

Maar de beslissing kan misschien toch nog gesteld worden als een volle daad als we er Schelling in zijn Die Weltalter op nalezen. En hier is nu net zo interessant dat Schelling het heeft over Entscheidung – beslissing – waar nog ‘scheiding’ in zindert: “De beslissing dat in zekere zin het echte begin niet mag teruggevoerd worden op het bewustzijn, het mag niet herroepen worden, want dit zou neerkomen op teruggenomen te worden. Als in het beslissen iemand beschouwt het recht te hebben zijn beslissing te herzien, zal hij er nooit aan beginnen”.

Tja, nooit aan begonnen... zijn, dus toch onontkomelijk? Dit klinkt niet echt… modern.

l'unique trait de pinceau

21.05.06

Dans la plus haute Antiquité, il n’y avait pas de règles; la Suprême Simplicité ne s’était pas encore divisée. 
Dès que la Suprême Simplicité se divise, la règle s’établit. 

Sur quoi se fonde la règle? La règle se fonde sur l’Unique Trait de Pinceau. 

L’Unique Trait de Pinceau est l’origine de toutes choses, la racine de tous les phénomènes; sa fonction est manifeste pour l’esprit, et cachée en l’homme, mais le vulgaire l’ignore. 

C’est par soi-même que l’on doit établir la règle de l’Unique Trait de Pinceau. 

Le fondement de la règle de l’Unique Trait de Pinceau réside dans l’absence de règles qui engendre la Règle; et la Règle ainsi obtenue embrasse la multiplicité des règles. 

La peinture émane de l’intellect: qu’il s’agisse de la beauté des monts, fleuves, personnages et choses, ou qu’il s’agisse de l’essence et du caractère des oiseaux, des bêtes, des herbes et des arbres, ou qu’il s’agisse des mesures et proportions des viviers, des pavillons, des édifices et des esplanades, on n’en pourra pénétrer les raisons ni épuiser les aspects variés, si en fin de compte on ne possède cette mesure immense de l’Unique Trait de Pinceau. 

Si loin que vous alliez, si haut que vous montiez, il vous faut commencer par un simple pas. Aussi, l’Unique Trait de Pinceau embrasse-t-il tout, jusqu’au lointain le plus inaccessible et sur dix mille millions de coups de pinceau, il n’en est pas un dont le commencement et l’achèvement ne résident finalement dans cet Unique Trait de Pinceau dont le contrôle n’appartient qu’à l’homme.