
Hij plooide het slagerspapier open: twee rode lappen beweeglijk vlees.
- Kom, ik leer je biefstuk bakken.
Een jaar of zestien was ik toen, een vakantiejob tijdens de zomermaanden bij mijn nicht.
Freddy, een boom van een vent en ik, even later in de keuken van hun villa.
- Voilà, je neemt een grote klont boter en als de pan heet is laat je de boter smelten tot er geen schuim meer op staat. Ondertussen peper je het vlees langs beide kanten.
Met een grote pepermolen haalde hij een paar keer fors uit. De manier waarop hij het vlees om vleide zei me vaag iets. Ik kon het niet thuisbrengen.
- En nu laat je het vlees dichtschroeien, een minuut langs elke kant. Daarna zet je het vuur zacht en strooi je zout op één zijde, je keert het vlees om, zout de andere zijde en na een minuut of twee braad je de andere kant.
