

Misschien moeten we de taal maar eens gaan kastijden zodat ze de waarheid spreekt… Dat fenomeen heeft een naam. Poëzie. Het kan aannemelijk lijken, wellicht is het zelfs verhelderend om het vanuit die hoek te zien, maar wanneer we bij een dergelijke vaststelling meteen geworpen worden op zachte vooizekens… kan de oprisping wellicht verwoord worden als: moet die vroomheid nu écht ook dààr gaan slijmen!
Dat is dan meteen een opening naar eventueel een bijkomende vaststelling. Het gaat om diezelfde taal die gebruikt wordt om calorieloze platte kaas, inlegkruisjes en zakken van Vuitton aan te prijzen, die hier in een kuras, ritme of rijm gedwongen wordt. Het lijkt wel alsof die taal pas in het gareel tegen zichzelf gaat spreken. Hoeft het dan persé getormenteerd, is taal dwaas en onverschillig?
