
Voilà, het lichaam is dus een soort autovoorruit voor de geest, want die geest, dat is zogezegd het bezige gedeelte in het lichaam. Ma non troppo, want het zicht is op het oneindige en een chiée aan informatie dringt zich op, presenteert zich daar bij het minste wat zich voordoet.
Het lichaam verwerft zijn eindigheid dus langs het afslaan van dat oneindige aanbod, langs een massale désinteresse voor het reële. Het is ook pas op het moment dat het lichaam erin slaagt om bijna de totaliteit van het aanbod af te slaan dat er sprake kan zijn van zoiets als een vrije keuze.
Wat een slagveld ondertussen. Er is dus sprake van twee selecties: die van het lichaam - de perceptie - en die van de geest, die al stukken minder uitdunnend zal zijn. Het lichaam selecteert een eindig aantal opties, terwijl een oneindig aantal beelden voorbijgaan zonder een spoor na te laten, de geest kiest een optie onder een eindig aantal opties die eveneens mogelijk zijn.
Tiens, bij Kant vinden we dat de perceptie de materie voorschotelt aan een soort subjectieve vorm. Dat zou weliswaar niet moeten kunnen kloppen vermits die ‘verbinding’ - de vorm - integraal tot de materie behoort. Trouwens, de perceptie verbindt niet, maar ontbindt, ze verrijkt de materie niet, maar vermindert ze. Bij Bergson is de perceptie geen synthese, zoals bij Kant, maar een ascese.
Het lichaam verwerft zijn eindigheid dus langs het afslaan van dat oneindige aanbod, langs een massale désinteresse voor het reële. Het is ook pas op het moment dat het lichaam erin slaagt om bijna de totaliteit van het aanbod af te slaan dat er sprake kan zijn van zoiets als een vrije keuze.
Wat een slagveld ondertussen. Er is dus sprake van twee selecties: die van het lichaam - de perceptie - en die van de geest, die al stukken minder uitdunnend zal zijn. Het lichaam selecteert een eindig aantal opties, terwijl een oneindig aantal beelden voorbijgaan zonder een spoor na te laten, de geest kiest een optie onder een eindig aantal opties die eveneens mogelijk zijn.
Tiens, bij Kant vinden we dat de perceptie de materie voorschotelt aan een soort subjectieve vorm. Dat zou weliswaar niet moeten kunnen kloppen vermits die ‘verbinding’ - de vorm - integraal tot de materie behoort. Trouwens, de perceptie verbindt niet, maar ontbindt, ze verrijkt de materie niet, maar vermindert ze. Bij Bergson is de perceptie geen synthese, zoals bij Kant, maar een ascese.
