Im Anfang schuf Gott den Himmel und die Erde.
Die Erde aber war Irrsal und Wirrsal.
Finsternis über Urwirbels Antlitz.
Braus Gottes schwingend über dem Antlitz der Wasser.
Gott sprach: Licht werde! Licht ward.
Gott sah das Licht: daß es gut ist.
Gott schied zwischen dem Licht und der Finsternis.
Gott rief dem Licht: Tag! und der Finsternis rief er: Nacht!
Abend ward und Morgen ward: Ein Tag.
Mooi, en dat gaat niet enkel om Irrsal und Wirrsal, waarin we de alliteratie van tohubawohu terugvinden.
Bon, maar we zien even naar Gen. 1:3 en daar vinden we wajomer Elohiem jehie 'or, wajehie 'or, namelijk een vorm van het onregelmatige werkwoordje ‘zijn’ in een imperatief. Jehie 'or is zoveel als ‘er weze licht’… En nu hebben we plots misschien de indruk een open deur in te stampen met het vervolg: ‘licht was’ of 'er zal licht zijn' of, nogmaals (?) 'er weze licht'?
