donderdag 16 oktober 2008

ein Glanz auf die Nase


De flux verwijst naar de heterogeniteit van de materie, het gaat daar dus zowel over kwantiteit als kwaliteit – wat maakt het uit. De flux is dus alvast relativerend, uiteindelijk gaat het 'slechts' over iets als ein Glanz auf die Nase - pfff, een vlugge indruk tussenin. Een indruk, indrukken tenslotte die een rol gaan spelen in de 'samengebalde herinnering'. Maar daarin wordt die én ontmaskerd, én tegelijk ligt daar het recht om het over een samengebalde herinnering te hebben.

Eigenlijk valt het al veel eerder uiteen, maar we blijven ons beroepen op dit recht. De gekleurde perceptie bevat bovendien ook veel andere beelden ook al blijkt dat vreemd genoeg niet tot homogeniteit te leiden. Hieruit kunnen we afleiden dat ons zicht op de wereld blijkbaar de wereld verandert.

Het pittoreske karakter van onze visie kan dus de bedenking oproepen dat net daarom de kwaliteit op de duur geen rol meer speelt: hetgeen we van de perceptie overhouden en wat het ding op zich bij ons oproept, dat is slechts het ensemble van al die invalshoeken, genomen op de materie. En als de materie dan ‘op gaat lichten’, als ze geïsoleerd onder ogen genomen wordt, dan pas beroepen we ons op homogeniteit. Een terugkeer bovendien naar de pure perceptie en de mechaniek die we er vonden. Maar dan een terugkeer... met een heterogene lading.


Eadweard Muybridge, horse gallop, 1904