16 februari 2008
Stel dat de transgressie de ‘eliminatie’ van de wet zou zijn langs het doorzettingsvermogen van het verlangen (dat, jawel, al van vóór het verbod zal blijken aanwezig geweest te zijn) zegge een herstel van een oorspronkelijke natuurlijke toestand, bevrijding kortom. Dat gaat erin als koek... lulkoek dan.
Het kan ‘eenvoudiger’: “ik heb honger en ik heb behoefte aan voeding” in een vergelijk met: “ik heb een hongertje en een portie olijven met feta of ansjovis zou er wel in gaan”. Dat laatste overstijgt uiteraard de natuurwet.
Het kan ‘eenvoudiger’: “ik heb honger en ik heb behoefte aan voeding” in een vergelijk met: “ik heb een hongertje en een portie olijven met feta of ansjovis zou er wel in gaan”. Dat laatste overstijgt uiteraard de natuurwet.
De vervreemding door de verschuiving van noodzaak naar ‘vraag’ naar… ‘waren’ zal gevolgd worden door een bijkomende verschuiving van vraag naar… verlangen.
Laat ons minstens stellen dat het op de duur om iets meer gaat dan om een terugkeer naar de natuur. Dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt heeft te maken met het feit dat het verlangen niet meer eenvoudigweg terug te voeren is op de noodzaak. De transgressie dus eerder in een milieu van spraakverwarring.
Transgressie en ‘limiet’ zijn immers zeer verwant.


0 reacties:
Een reactie plaatsen