7 november 2007
Geloof en weten zijn natuurlijk niet symmetrisch. Maar dat zet de verwantschap tussen le sujet supposé savoir en le sujet supposé croire op een paradoxale manier niet echt op de helling. Geloof is dus steeds geloof van en langs de andere. Ik geloof in god zegt dus: ik geloof dat er nog steeds mensen zijn die in god geloven.
Dat terwijl weten nu net niet het weten is over het feit dat iemand anders weet.
Maar het ‘subject dat gelooft’, daar gaat het wel degelijk om een originele en zelf-vormende beweging. Er is dus niet zoiets als ‘Het geloof’ dat ooit door het heelal fladderde en zich ooit in of op de eerste mens ging installeren. En toch is dit de paradox…
Degene die oorspronkelijk, als eerste voor mij geloofde is gewoon de betekenaar zelf in een externe ‘materialiteit’. Maar waar zien we dan dat ‘oorspronkelijk’ substitutiemechanisme? In een opsplitsing van de structuur tegenover één van zijn elementen. Slechts langs vertrouwen wordt de overstap gemaakt tussen de symbolische (geloof) en de reële orde (weten).


0 reacties:
Een reactie plaatsen