zaterdag 31 december 2011

de realiteit (enfin, de virtuele)


16 maart 2008


Ik bezin me over het fenomeen virtuele realiteit… Wat een doeltreffende omschrijving. En eerlijk gezegd nog de slechtste realiteit niet. Misschien wat ontgoochelend qua intensiteit, maar op die manier raak je er dan ook aan gewoon. Dat is trouwens de essentie: er gewoon aan te raken dat een realiteit die virtueel is, realiteit is.

Van alle emoties is het slechts de angst die niet ontgoochelt. En dat is dan ook de prijs meteen: de virtuele realiteit is inderdaad wel ontgoochelend. Langs de beproefde methode van het infimum wordt de beleving afgetopt en ontstaat een situatie die okay genoemd kan worden.

En, is dit niet de speeltuin van de fantasie dan! Domein ook van de perversie waarvan de specialiteit, ontkenning van de castratie, maximaal ingezet kan worden.

Het spel kan beginnen, het geheugen gewist, herbegonnen. Men is verzekerd.


vrijdag 30 december 2011

meester Goetghebuer



5 mei 2008


Gustav Meyrink, August Strindberg, Henrik Ibsen,... als ik eraan terugdenk hoe ik een jaar of drie op kot te Gent doorstond: er zat toch een zekere systematiek in. Maar de auteurs en titels, mijn vraag verwonderde ene Johan Daisne keer op keer. Die zat daar wel eens zwaarbebrild met een schare bejaarde aanbidsters, diep achter de toog van de stadsbibliotheek. Terwijl een vurige lotgenote wegslofte om de gevraagde boeken op te halen was zijn vraag waarom nu persé Strindberg. De keer daarop dezelfde vraag.

Nu is dat gebouw vervallen, weggezakt na een korte, oppervlakkige restauratie, waarbij men dacht dat het aanbrengen van een literair fragment in neonschrift wel ging volstaan om het interieur te redden.

Maar die gevel. Daar stonden namen die me wel van pas kwamen. Neem nu ene Goetghebuer. Vanzelfsprekend - ik zat een paar straten verder, dat noemde daar 'Kwaadham' – wees ik de porren die de nacht met mij wensten te delen op mijn illustere naamgenoot. Toevallig was op het gelijkvloers van het huis waar ik zat ook een advocaat Goetghebuer gevestigd.

Die meiden herinnerden zich nog wel eens mijn naam bij hun tocht - langs de bibliotheek - naar mijn kot en belden dan steevast aan bij meester Goetghebuer. Zeer tot zijn verveling.
Heb ik hem nochtans duidelijk aangewezen: kijk op mijn bel staat Karel Goetghebeur, niet Goetghebuer!

dinsdag 27 december 2011

teveel

8 juni 2008

“Aloekah heeft twee dochters: Geef-hier! en Geef-hier!”Spreuken 30:15

Jalouissance… Een… riem heeft tenminste de kwaliteit dicht te snoeren. Sommige verlangens zijn ein-de-loos: te willen hebben wat je niet kunt hebben bijvoorbeeld, namelijk het verlangen van de Ander. En toch is dat fenomeen structurerend, indien het herkend wordt.

Misverstand? Het verlangen is het verlangen van de Ander? Het verlangen verlangen dus of gewoon te zijn en te worden hetgeen de Ander verlangt… Er is dus wel degelijk afhankelijkheid.

Wanneer iemand ‘zijn object vindt’ en op dat moment iets aanvoelt in de zin van een harmonie - hij geniet - zal dat steeds neerkomen op een her-stelling van een herinnering. Dit is ook wat Freud opmerkt in verband met de confrontatie van het kind met de baby aan de moederborst:…het is eigenlijk een terug-vinden.

Anders is de invidia, gesignaleerd door Augustinus. Wat meer pathos hier. Hij zag een kind, net gespeend (dat spenen gebeurde in die tijd heel wat later dan nu), dat zijn broer aan de moederborst ziet. Het gezicht van het kind verbleekt: vanaf nu weet het wat het object van zijn verlangen is… De (gemeenschappelijke) lucht lijkt wel vergiftigd nu.

donderdag 22 december 2011

What do you want!?


28 januari 2008


Het kan wel eens een uitdaging zijn om het verlangen in vraag te stellen speciaal daar waar het blijkbaar de kracht ontbreekt om het vervuld te weten. In die zin, om wat tijd en energie te winnen, kan misschien alvast de slogan van Lacan: ‘het verlangen van de mens is het verlangen van de Andere’ bekeken worden om me dan meteen al - als materialistisch mens bien sûr - af te vragen waarom mijn verlangen niet meteen ook maar op het lichaam van de andere toegespitst zou mogen wezen.

En blijkt dat dan over een typisch menselijke particulariteit te gaan dat het verlangen een tijdverslindende omweg moet maken langs een verlangen verlangd te worden door de andere. Well, laat ons vooral praktisch blijven, zou dat betekenen dat ik verlangd zou moeten willen worden door de andere om maar enigszins dat beoogde instant-effect te bekomen? En blijkt dat dan te moeten gaan om de Andere met een hoofdlettertje toch wel zeker!

Ik blijf onverstoorbaar praktisch en vraag me af in welke vorm ik me dan wel moet plooien – kwestie van zoveel mogelijk de aandacht te trekken - ‘aanbod’ na te bootsen - om tegemoet te komen aan de vraag van de Andere. (Mijn materialistische geest heeft alvast bij die fameuze Andere een tekort vermoed).

En ja, onverbiddelijk raakt mijn aandacht opgeslorpt door de praktijk van deskundigen op het gebied van aanbod-zijn. Pin-ups, vamps en porno-sterren. En inderdaad: ze zijn tegelijk vulgair en afwijzend. Alsof daar ab-so-luut geen zweem, geen vermoeden van tekort zou kunnen zijn. 
Verbazend.

de enige

20 oktober 2007


Het zingen
gaat haar goed
De klanken
leken in kleine straaltjes
van haar weg
Geen blik van pijn
Of onrust
En ik verwacht
Haar smalle vingers
Langs onverwachte wegen
Ze is geen vrouw
In wat je zegt:
Ze is een vrouw
Ze draagt een
Sjaal van nacht
en
Als het donker wordt
Niets
Andermaal
Ik proef het woord
En lach bezeten:
andermaal

woensdag 21 december 2011

nummertje 106

5 november 2007



de ondergaande zon
ondergaat het aanzicht
van de opening
waarin ze verdwijnt
tenzij ze
het aanzicht ondergaat
van de wereld
dan gaat ze op al ondergaand
ze twijfelt
maar op de duur laat het haar koud
noch warm
zij en haar idioom
de maan
het is een spel
waarin niemand speelt
tenzij in dromen
never make my dreams come true

dinsdag 20 december 2011

aanbod inclusief sociale controle


15 februari 2008



Het heeft niet eens zin om een tegenwicht te vormen bij het ijverig navertelde glossy succesverhaal van pakweg de seksuele bevrijding. Foucault vond in het nest van beraming trouwens moeiteloos de geest van pienter-ogende klerken die er het discours - in functie van de tewerkstelling: geen seks, wèl procreatie - vervlochten met het machtsdiscours. 

Uiteindelijk is het verhaal op zich – zèlfs eventueel mèt de lezing van een soort samenzwering der klerken – bijzonder oninteressant. Er kan pars pro toto vanalles bewezen en weerlegd worden. Wat hier anderzijds wel terzake doet is de constructie van een nieuw verhaal op basis van het oude, een herformulering.En waarom? zoals Foucault zegt is de vraag niet: waarom worden wij onderdrukt? maar: waarom zeggen wij dat we onderdrukt worden? Het verhaal waarin wij nu geloven dus. Hij is pas geïnteresseerd in een geschiedenis van het heden, niet in een geschiedenis van het verleden…

onroerend goed


7 november 2007


Met loden benen, mijn navette naar Oostende, voor de honderdduizendste keer Brussel-Oostende, nog eens ‘de huizen’ zien… Een jaar of twaalf heb ik er geleefd met Marian. Tot ze doodging. Gewoon verdween.

Samengeklitte façades, met bruidssluier toen. Ophefmakend ongesnoeid in het palle centrum. Het is er leeg en vochtig nu. Brieven die ik niet eens open. Ik ga niet naar boven. Ken de witte trappen, de geluiden, ken mijn ateljee, de praktijk. Ik heb ze nog zelf uitgebreid, muren en plafonds ingegooid, geluidsgeïsoleerd, de bibliotheek...

Merkwaardig toch. Een déclic. Toen ik een jaar of 25 was merkte ik plots dat er niks minder dan een bouwvakker in me zat! Ik heb toen zelfs - via vak-boeken over bouw - een kàs van een huis eigenhandig opgetrokken. Rondbogen, immense plafonds, binnentuinen, deuren van drie meter hoog…

Daarna - tussenin als een snoepje - gebouwd, gezeuld, gebetonneerd, getimmerd… Tsss. Daar staat dat nu als prooi voor speculanten. Immobiliën, ik kots!

geloof, vertrouwen, weten

7 november 2007


Geloof en weten zijn natuurlijk niet symmetrisch. Maar dat zet de verwantschap tussen le sujet supposé savoir en le sujet supposé croire op een paradoxale manier niet echt op de helling. Geloof is dus steeds geloof van en langs de andere. Ik geloof in god zegt dus: ik geloof dat er nog steeds mensen zijn die in god geloven.

Dat terwijl weten nu net niet het weten is over het feit dat iemand anders weet.

Maar het ‘subject dat gelooft’, daar gaat het wel degelijk om een originele en zelf-vormende beweging. Er is dus niet zoiets als ‘Het geloof’ dat ooit door het heelal fladderde en zich ooit in of op de eerste mens ging installeren. En toch is dit de paradox…

Degene die oorspronkelijk, als eerste voor mij geloofde is gewoon de betekenaar zelf in een externe ‘materialiteit’. Maar waar zien we dan dat ‘oorspronkelijk’ substitutiemechanisme? In een opsplitsing van de structuur tegenover één van zijn elementen. Slechts langs vertrouwen wordt de overstap gemaakt tussen de symbolische (geloof) en de reële orde (weten).

zondag 18 december 2011

de wet!

13 februari 2008


Komt allen tot mij, gij verdrukten, vertel uw twijfels, vertel wat u verdrukt. En ik zal u met de methode die gij aanreikt aan mij binden.

Een wet genereert criminaliteit... samen met dit kaliber aan vaststellingen kan het ons ten zeerste verwonderen dat in het mechanisme van de macht ook het ‘materiaal’ terug te vinden is dat normaal de macht pleegt te breken: geweld, transgressie, bevrijding…

Dit soort kwesties kan ontdaan worden van giftigheid als we doorheen de zogenaamde ‘deficiëntie’ van het verleden het ontstaan van het ‘normalisatienetwerk’ van het heden pogen te zien. En het verhaal over die ontstaansgeschiedenis is – precies – totnogtoe geschreven door de onderdrukkers en heeft als enig objectief om langs dat verhaal het mechanisme van de onderdrukking te verfijnen. Aannemelijker te maken.

Je eet teveel, denkt te weinig na, rookt te veel, je voelt je te schuldig en sport niet genoeg, neem wat meer beweging, eet meer fruit en groente, slaap wat minder, je moet ook wat aan je lijn gaan doen en wat minder televisie kijken - zout is vergif - terwijl het duidelijk is dat je niet zo kritisch moet zijn, denk wat minder na, zet de radio meteen ook niet zo hard. Dergelijke humane raadgevingen zijn de slogans van de 'vooruitstrevende', moderne media... ingebouwde luizen in de pels.

donderdag 15 december 2011

gelukkig!

13 februari 2008

Gelukkig
Ik ben nog eens gebelgd
Van het lijzig lispelen
Van een avondje
Welgemeend
Human interest-programschap

Unheimlich, is there anybody home?


21 maart 2008


De Hegel van de Zeitgeist stelt dat de pop-ulaire cultuur en geschiedenis impliciet filosofisch geworden zijn. Ontstellende waarneming de Geist te moeten nalopen in de expressie die de (jawel) dernier cri van de kuisvrouwencultuur eraan gaf.

Ik klik de televisie aan en word meteen gul opgezadeld met een chiée van Big Brother-toestanden. De gekunstelde emoties, ze zijn écht, ze zijn reëel, ze zijn zelfs hyper-reëel. Deze perfecte fake – onthou ik – is perfecte realiteit.

Mijn tweede vrouw had onder andere afrikanistiek gestudeerd en in die zin, omdat haar vader nogal gek was op luchthavenkunst, gaf ze hem af en toe een écht stuk cadeau, échte Afrikaanse kunst. Die man ging dan achter zijn werkbank zitten om die dingen te verbeteren. Een voetje werd wat rechter gesneden, gelaatstrekken verscherpt. En vooral het patina verwijderd. Tja, die man was schooldirecteur.

woensdag 14 december 2011

ANGST... wel, bij nader toezien


20 maart 2008


Wééral een affect dat niet bijster goed aangeschreven staat, niet mooi genoeg bevonden wordt, en dat met kuisvrouwenethos naarstig gereinigd wordt en ontsmet met anxiolytica en hypnotica. Terwijl angst op zich een anti-hypnoticum is.

Het is een feit dat andere emoties steeds opnieuw ontgoochelend zijn en angst nu net niet. Op voorwaarde dat formuleringen over vrees ontweken worden kan gezegd: waar de angst vóór komt is iets zeer intiems.

Maar wat doet angst nu apart belichten? Het gaat niet eens om een tekort, maar om een tekort aan tekort. Net daarom is angst het signaal van een ‘opening’, liefst niet te zien als een ‘gat’.

Vanaf nu is dit urinoir een kunstvoorwerp.


dinsdag 13 december 2011

"I am real!" said Alice, and began to cry


3 juni 2008

De feiten - naar het schijnt (Perseus Development Corporation) is 52% van ons, bloggers, van 13 tot 19 jaar oud en ongeveer gelijk verdeeld onder mannelijke en vrouwelijke kunne. Het zou een vergissing zijn om te beweren dat de blogger maximaal gebruik maakt van de anonimiteit, de cijfers: volle naam: 31%, voornaam: 36%, pseudoniem: 29%.

De profilering, de subjectivering, lijkt met dit fenomeen wel degelijk aan gewicht te winnen. Niks tegen toch? Het is dus alvast niet zo – o ironie - dat de blogger gewoon doet waar hij zin in heeft. Vooral bij de piepjonge bloggers wordt het duidelijk: blogs, dat gaat vooral over de try-on-error-filosofie waarbij een standpunt ingenomen wordt dat... succesvol is, the second self.

We kunnen dus – hoeft het? - een profiel aanmaken van de ideale blogger zoals die zou verschijnen op een populariteitslijst. De discipline heet ook daar zelf-definitie, zelf-presentatie.

Anderzijds, de anonimiteit van de virtuele wereld versterkt wel degelijk de flexibiliteit. De fysieke coördinaten die irl. een bijzondere rol kunnen spelen - sekse, huidskleur, ouderdom, aantrekkelijkheid… - zijn minder belangrijk.

Maar kom, we walsen even tussen de extremen door – zeker langs de illusie dat vrijheid originaliteit bevordert - het blijft meer dan ooit, meer dan ooit om… fictie gaan. En daar zijn echt wel speciaal de wetten voor…

maandag 5 december 2011

Daphnia

25.6.06

zondag 4 december 2011

opening



25.5.06

Het is moeilijk om aan een ‘opening’ te wennen daar waar het wetenschappelijk ideaal er steeds op voorzien is om die zo gauw mogelijk te dichten met iets sluitends: een affirmatie. Daaraan zien we hoezeer dat soort idealen verwant is aan de keukenmeiden-moraal. Maar het zou er op neer komen dat zo’n soort negatie een ‘opening’ zou viseren die zelfs door de negatie niet zou kunnen opgeheven worden. In die zin is dat soort opening zowat een transformatie van de vorm, wel degelijk rakend aan de abstractie.

zaterdag 3 december 2011

nummertje 105


24 november 2007


mannen houden van anemonende stumben
vrouwen houden van eender wat
wat zijn anemonende stumben?
alleen vrouwen weten dat

vrijdag 2 december 2011

euh... transgressie


16 februari 2008


Stel dat de transgressie de ‘eliminatie’ van de wet zou zijn langs het doorzettingsvermogen van het verlangen (dat, jawel, al van vóór het verbod zal blijken aanwezig geweest te zijn) zegge een herstel van een oorspronkelijke natuurlijke toestand, bevrijding kortom. Dat gaat erin als koek... lulkoek dan.

Het kan ‘eenvoudiger’: “ik heb honger en ik heb behoefte aan voeding” in een vergelijk met: “ik heb een hongertje en een portie olijven met feta of ansjovis zou er wel in gaan”. Dat laatste overstijgt uiteraard de natuurwet.
 
De vervreemding door de verschuiving van noodzaak naar ‘vraag’ naar… ‘waren’ zal gevolgd worden door een bijkomende verschuiving van vraag naar… verlangen.
 
Laat ons minstens stellen dat het op de duur om iets meer gaat dan om een terugkeer naar de natuur. Dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt heeft te maken met het feit dat het verlangen niet meer eenvoudigweg terug te voeren is op de noodzaak. De transgressie dus eerder in een milieu van spraakverwarring.

Transgressie en ‘limiet’ zijn immers zeer verwant.