26.05.06
In de psychoanalyse hebben we te maken met een verondersteld ‘reeds-wetend-subject’ als meesterfiguur dat bovendien in de mechaniek van ‘de liefde’ bekend wil staan als een subject-dat-niet-verlangt. Laat ons de dingen wat op orde houden. Geënsceneerd wordt: het weten, dus alle verlangen om-te-weten is zogenaamd afwezig.
Anderzijds vinden we, vanuit het standpunt van de filosofie bezien, duidelijk een willen weten dat ‘als’ een liefdesrelatie is, een creatieve procedure die gaat over het verschil tussen weten en waarheid. In die zin is liefde een processus in het kader van ‘de twee’, méér zelfs: het is een scène van ‘de twee’.
We moeten ons maar eens fixeren op die enscenering vermits daar het fenomeen overdracht opduikt. Het gaat er om een ‘valse verknoping’: op het ‘scherm’(ach, natuurlijk gaat het in een enscenering om ‘een scherm’) van het ‘reeds-wetend-subject’ worden ‘verbanden’ (herinneringen, gebeurtenissen uit het verleden) geprojecteerd. Die enscenering op zich heeft als consequentie dat die moet gerecupereerd worden in een doorverwijzing van die projectie naar ‘iemand anders’. In de praktijk zien we dan doorgaans dat de analyticus ontkent dat de liefde - de overdracht - om zijn persoon gaat.
In elk geval: voorlopig kunnen we wel degelijk stellen: hier begint het. Het begin heet zo, heet liefde. Als we uiteindelijk het fenomeen maar kennen en herkennen, de psychoanalyse verwijst niet naar de theorie maar naar een praxis van de liefde, ze ‘verwijst’ immers de liefde, stoot ze als het ware af. Doorgaans.
Anderzijds vinden we, vanuit het standpunt van de filosofie bezien, duidelijk een willen weten dat ‘als’ een liefdesrelatie is, een creatieve procedure die gaat over het verschil tussen weten en waarheid. In die zin is liefde een processus in het kader van ‘de twee’, méér zelfs: het is een scène van ‘de twee’.
We moeten ons maar eens fixeren op die enscenering vermits daar het fenomeen overdracht opduikt. Het gaat er om een ‘valse verknoping’: op het ‘scherm’(ach, natuurlijk gaat het in een enscenering om ‘een scherm’) van het ‘reeds-wetend-subject’ worden ‘verbanden’ (herinneringen, gebeurtenissen uit het verleden) geprojecteerd. Die enscenering op zich heeft als consequentie dat die moet gerecupereerd worden in een doorverwijzing van die projectie naar ‘iemand anders’. In de praktijk zien we dan doorgaans dat de analyticus ontkent dat de liefde - de overdracht - om zijn persoon gaat.
In elk geval: voorlopig kunnen we wel degelijk stellen: hier begint het. Het begin heet zo, heet liefde. Als we uiteindelijk het fenomeen maar kennen en herkennen, de psychoanalyse verwijst niet naar de theorie maar naar een praxis van de liefde, ze ‘verwijst’ immers de liefde, stoot ze als het ware af. Doorgaans.

0 reacties:
Een reactie plaatsen