15.05.06
De waarheid, niets dan de waarheid!
Ik vermoed dat ze niet erg in trek is.
Het woord is waarvoor het staat, ook de naam.
Er wordt natuurlijk beweerd dat dit toch-ook-wel-zo is.
Ik beweer: men bedoelt: het lijkt erop,
het is er de slappe versie van.
Maar, eerlijk toegegeven, de waarheid kàn slechts
een afgietsel presenteren.
En zeker over genieten, over het genot.
En als het dan over seksueel genot gaat scoort ze hoog.
Men beweert: ‘die twee zijn één geworden’.
Ik merk niks.
De waarheid, my unfuckable friend,
ze is wellicht in dezelfde situatie.
En de reden: het genot laat ze over aan de gelijkenis.
Mettertijd ook, als gevolg daarvan,
aan ‘erotische discours’ over genot-ype en fenotype.
Aan afstamming, kinderen genoemd,
van hetzelfde genetische type als beide ouders.
Ik walg.
Ik vertrouw het woord niet meer.
Enkel nog als het gaat over ‘dat wat nog niet ingenomen is’.
De woestijn, de eenzaamheid, de zwarte zon.
Het lijkt wel een parodie.
Ik heb een duikerpak nodig om me onder de mensen te begeven.
Kunnen wij elkaar ooit nog vinden zo?
Als we spreken, ja: in het midden,
daar waar de leugen ligt.
Rest het spel: het ongewetene, het kansspel.
Of de clandestiniteit.
Wetend: er is ‘minstens één die het weet’.
En die ‘minstens één’, die doet er niet toe.
Ik weet het.
Ik heb het zelf ervaren: ‘minstens een’
wordt ‘niemand’ genoemd.
Ook niet als je buiten de ‘regels’ gaat.
Moet ik hier duidelijker spreken?
Luider?
Het is het geheim van de poëzie.
zondag 8 januari 2012
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen