zondag 15 januari 2012

l'au-moins-un

18.05.06
Het moet ergens in 1973 geweest zijn. Het Onze-Lieve-Vrouwecollege te Oostende. Er werd in Nazi-stijl omgeroepen dat iedereen zich moest opstellen in rijen op de binnenplaats. Na de nodige intimiderende afwezigheid, verscheen plots de ‘principaal’ - zo noemde men die imposante figuur die later in de entourage van Johannes-Paulus II diende - met in zijn gevolg warempel de voorzitter van de scholieren-raad (een laffe figuur die later open bloeide tot een van de beste klanten van Burberry). Volgde een donderpreek over een op til zijnde scholieren-staking tegen de aanschaf van F-16 vliegtuigen en tegen de vorming van een beroepsleger... Bleek dat de snerpende stem verwees naar het onmiddellijk verwijderen uit de schoolgemeenschap wanneer een leerling hoe dan ook zelfs nog maar in het gezèlschap van een staker zou gezien worden. Men sloot zich au-to-matisch buiten de schoolgemeenschap.

Dat wisten we dan ook weeral. Overal werd opgeroepen tot solidariteit, en ook al genoot dat woord niet mijn volle sympathie, tot mijn niet-geringe verbazing liep ik de dag erop in het gezelschap van enkele duizenden scholieren door de stad. Er werd gevraagd of er leerlingen van het College mee opstapten, bleek ik warempel de enige te zijn. Een paar seconden later werd mij dan ook een rode armband aangestropt - ik vrees dat er Amada op stond - en werd besloten om de optocht af te leiden naar het hoofdgebouw van het College.

Daar werd gevraagd of er een delegatie binnen mocht om de Principaal te spreken in verband met zijn verbod. Dat mocht. Tot mijn ontsteltenis ging ik prompt mee binnen en bevond me - mèt rode armband - plots oog in oog met de principaal. Werd er wat over en weer gepraat en gedreigd. De principaal hield voet bij stuk. We dropen af. En staakten verder.

Of ik ooit verwijderd werd? Belange niet. Nee, minstens één is toch niemand?

0 reacties: